Leiden 2.0: lopen, lachen, afzien en beleven!

Gepubliceerd op 25 mei 2026 om 14:23

De laatste keer dat ik wat schreef, was alweer in oktober 2025. Is er in de tussentijd dan niets gebeurd? Integendeel, van wedstrijden, trainingen, gezelligheid, blessureperikelen, naar uiteindelijk een hele en halve marathon in Leiden op 10 mei.
Waar we vorig jaar nog met z’n vieren naar deze mooie stad afreisden, gingen we dit keer met maar liefst 13 Quo Vadis-loopmaatjes en aanhang op stap. Hoog tijd dus voor een nieuwe terugblik.

Onze zaterdagtrainer wilde dolgraag nog een keer de marathon lopen en wij zijn niet onnozel, dus vooruit: nog een keer de Halve van Leiden. De samenstelling van onze groep wisselde van inschrijving tot kort voor de wedstrijddag. Behalve Maurits had ook Frank Wim zijn zinnen gezet op de hele marathon. Er werd hard getraind, maar helaas: blessureleed. De hele marathon was niet meer haalbaar, maar een halve zag Frank Wim nog wel zitten. Jos moest deze halve aan zich voorbij laten gaan, waardoor de enige echte ‘Reserve Jos’ zijn 21,1 km in rap tempo kon afleggen.

Door deze switch kwam er een ticket voor de hele vrij. Daar werd Zeger dan weer blij van. Na de teleurstelling van zijn 50 km solo tijdens de Eemmeerloop was dit zijn kans om de magische marathonafstand officieel te registreren. Dus haakte Zeger met zijn vrouw last-minute aan bij dit leuke uitstapje. Zo was onze groep compleet en vertrokken we zaterdagmiddag richting Leiden. Op naar de Garenmarkt, waar sommigen hun startnummer en shirts moesten ophalen. Het was meteen gezellig en al snel zaten we op het terras. Daarna ging ieder zijns weegs en gingen wij nog op verkenning naar de start. Die lag dit jaar namelijk op een andere locatie dan vorig jaar, een stuk verder lopen vanaf ons hotel. Midden in een woonwijk; de Leidse vlaggen hingen al uit, er waren raamschilderingen, vlaggetjes en lampjes in de straat, de startboog stond klaar: het zag er veelbelovend uit.

Rond 19.00 uur troffen we elkaar op het mooiste terras van Leiden, genietend in de avondzon en later heerlijk onder de heaters. Gezellige mensen, veel plezier en lekker eten en drinken: veel beter wordt het niet.

Oké, m’n wijntje op het terras heb ik stiekem wel gemist en ik weet dat ik niet de enige ben. Maar ja, zondag wedstrijd, dus even pas op de plaats. Keuzes, keuzes…
Gelukkig vonden we na het vele water nog een mocktail op de kaart, een lekkere en welkome afwisseling. En dan, redelijk op tijd naar bed, want morgen is de grote dag!

Onze twee dappere marathonlopers meldden zich zondagochtend klokslag 6.30 uur voor het ontbijt; zij mochten namelijk om 8.30 uur van start. De halve marathonlopers konden iets langer blijven liggen en druppelden vanaf 7.30 uur de ontbijtzaal binnen. Daar propte we wat van dat goede voedsel naar binnen. Bij de een ging dat makkelijker dan bij de ander; ik zelf had er wat moeite mee. Tja, vanaf het moment dat ik wakker word, speelt de wedstrijdstress en spanning op en dus eet ik mijn ontbijtje met frisse tegenzin.

We begaven ons richting de start, een halfuurtje wandelen. Maria, Karina, Melissa, Erik en ik vertrokken iets eerder dan de rest; we hielden rekening met onze stressplasjes onderweg en wilden niet last minute in het startvak verschijnen.

 Halverwege leverden we onze tassen in en tijdens de wandeling door de stad zagen we lange rijen voor de dixi’s; daar hadden wij weinig zin in. We hadden geluk: een jongedame was net bezig het terras klaar te maken voor opening, dus konden wij mooi van de gelegenheid gebruikmaken voor ons eerste toiletbezoekje. We liepen door en naderden de start. In de straat ervoor zaten veel mensen in hun voortuintjes met een bakkie in de zon te genieten van het live entertainment dat zich in hun straat afspeelde. Ik trok de stoute hardloopschoenen aan en vroeg op mijn alleraardigst aan een leuk stel of wij alsjeblieft bij hen naar de wc mochten. Opnieuw geluk! Als je zelf hardloper bent, kun je je vast voorstellen hoe blij we waren dat we de dixi dit keer mochten overslaan. Hoe fijn dat er lieve mensen zijn die belangeloos hun huis voor je openstellen. Top!

En dan moet het gebeuren. Met 9 loopmaatjes staan we aan de start van de Halve, onder wie ook mijn eigen trouwe supporter, die zich vorig jaar helemaal suf heeft gefietst om Maria en mij aan te moedigen. Dit jaar loopt ie ’m zelf; wie had dat kunnen denken… Ik in ieder geval niet. Ook voor Albert Jan was het zijn eerste halve; met uitlopen als missie was daar sowieso PR-garantie.

We maakten nog wat groepsfoto’s in het startvak en daar gingen we. Onze supporters stonden ons fanatiek aan te moedigen, geweldig! Daarna versnipperde de groep al snel. Albert Jan, Maria, Erik en ik liepen met z’n vieren in de achterhoede van alle Quo Vadis-lopers. Maria had aardig de pas erin en ik volgde. Ik vond de vele lopers voor mijn benen knap irritant, dus we waren driftig aan het inhalen. Of dat verstandig was? Achteraf denk ik van niet. Leermomentje…

De sfeer was ook nu weer ontzettend goed:
veel mensen langs de kant, gezellige muziek en support. Op deze manier is het lopen werkelijk een feestje. Er werd zeker goed aan ons gedacht en voor ons gezorgd.

Na 13 kilometer zakten Erik en ik wat terug. Erik had het zwaar. Nadat we even rustiger aan hadden gedaan, wilde ik versnellen en proberen bij onze loopmaatjes te komen. Maar Erik smeekte me min of meer om niet in te halen, dus bleef ik bij hem. Toen we daarna bij een waterpost aankwamen, wilde hij even stoppen en een stukje wandelen om bij te komen. Maar ik wilde dit niet, waarop ik hem losliet en ‘alleen’, met vele anderen, verder mocht. Uiteindelijk loop je toch je eigen wedstrijd. Ondertussen stond er zo’n 15 km op de teller en werd het zwaar. Het viel niet mee om mijn tempo omhoog te krijgen op al die verrekte klinkertjes. Voeg daar nog een horloge-issue aan toe: ik kon niet meer zien wat mijn tempo was en of ie überhaupt nog wel iets registreerde, dus ik mopperde geïrriteerd in mezelf. Maar mopperen helpt niks; wel lekker zo af en toe, maar het verandert de situatie niet. Ik besloot de tijd los te laten en gewoon rustig door te hobbelen. Tijd is niet belangrijk, uitlopen en genieten wel. En zo ging bij 18 kilometer mijn koppie weer omhoog. De binnenstad van Leiden naderend, keek ik lachend om me heen naar alle mensen die langs de kant stonden aan te moedigen; toch wel heel leuk dit. Ik dacht terug aan vorig jaar, hetzelfde stukje. Die laatste 3 kilometers waren toen loodzwaar. Wat zat ik er toen doorheen; dat laatste bruggetje leek de Mount Everest wel. Maar nu: oké, het is zeker een pittig bruggetje, maar ik wist ook dat het de laatste was en dat ik er bijna was. En zo kwam ik lachend en met mijn armen in de lucht over de finish.

Even later sloeg een wildvreemde dame haar arm om mij heen. ‘Hé, je hebt het gered’, zei ze. Ik keek haar verbaasd aan, herkende haar vaag, maar had eigenlijk geen idee waarvan. En aangezien mijn gezicht vaak boekdelen spreekt, zal dat nu ook wel zo zijn geweest. Ze kwam dan ook maar meteen met het antwoord: ‘Ik heb jullie op de foto gezet in het startvak.’ En toen wist ik het weer. Hoe leuk en toevallig dat we elkaar nu bij de finish, tussen al die mensen, weer treffen en nagenoeg tegelijk finishen. It’s a small world.

Een eindje verderop stonden Albert Jan en Maria op mij te wachten, en we vielen elkaar in de armen. Yes, we did it! Ik gaf aan dat ik Erik achter me gelaten had en geen idee had wanneer hij over de finish zou komen. We namen onze dikverdiende medaille in ontvangst en wachten een stukje verderop op hem. En ja hoor, even later was ie daar. Hij had het heel zwaar gehad, maar het was gelukt! Nu was het wachten op onze marathontoppers. Wij namen vast een 0.0-biertje en daar kwam Maurits aan, dolgelukkig viel hij Maria in de armen. Dat was ’m dan, zijn laatste marathon…

Zeger wist het spannend te maken. Hij en Maurits hadden een heel eind samen gelopen, maar onze pechvogel kreeg kramp en dus liepen ze het laatste stuk ieder voor zich. Gelukkig kon Zeger zijn marathon uitlopen en troffen we hem later. Trots, met het eremetaal om zijn nek!

Op de Garenmarkt troffen we de andere loopmaatjes, haalden we onze tas op en kregen we allemaal een roos van onze supporters, zo lief. We deden ons tegoed aan een lekker biertje, wijntje of watertje, deelden ervaringen en vierden met elkaar onze prestatie. Daarna sloten we de dag af met een gezamenlijke late lunch en keerden huiswaarts.

Hoe gaaf is het om met 11 loopmaatjes dit evenement te beleven? En dan nog een aantal supporters erbij, die ons bij start en finish fanatiek aanmoedigden alsof wij minstens Olympisch kampioen zouden worden. Het was werkelijk te leuk!

Wat een gezelligheid, wat hebben we gelachen en genoten. Van elkaars sportiviteit en aanwezigheid. Absoluut voor herhaling vatbaar! Voor ons was dit weekend goud. Ondanks het zwarte randje, want ja, als er een meisje van 15 overlijdt, dan raakt dat. Ons als hardlopers zeker.
Dankbaar voor onze eigen wedstrijd: allemaal gezond de finish gehaald, wij tellen onze zegeningen. Maar ook stil bij wat er gebeurd is. De lijn tussen vreugde en verdriet is dun, heel dun…

Geschreven door Wijnanda van den Broek